Totverbellen

Totverbellen is het huilend geluid van staande jachthonden, die een niet te apporteren stuk groot wild hebben gevonden en via dit huilen de voorjager laten weten welke kant hij op moet lopen. Een totverbeller moet dus lange tijd aaneengesloten blaffen/huilen om de voorjager de kans te geven bij het wild te komen.
Totverweisen is het na het vinden van een groot stuk wild terugkomen bij de jager en hem naar de plek brengen waar het wild ligt. Een verweiser gebruikt een bepaald teken om de voorjager te laten weten dat hij het wild gevonden heeft, de een pakt de voorjager bij de mouw en de ander heeft een leren riempje (Bringselverweisen) om zijn nek die hij in de vang neemt als hij het wild gevonden heeft.
Qua zweetspoor gaan we proberen de training zo op te bouwen dat een 12 uur oud zweetspoor geen probleem is, dit omdat tijdens de jacht het ook regelmatig voorkomt dat er 12 uur tussen het schot en de nazoek inzit. Wie gaat er immers in het donker achter een aangeschoten varken aan šŸ˜‰
Een keuze tussen totverbellen en totverweisen is moeilijker, aan de ene kant spreekt totverbellen mij meer aan dan totverweisen, want een verweiser moet nadat hij het wild heeft gevonden terug naar de voorjager om deze naar het gevonden wild te leiden. Hij moet daarvoor dus het wild weer verlaten met de kans dat het alsnog ontkomt. Een voordeel van een verweiser is echter dat hij geen of weinig lawaai maakt in het bos, wat ook wel weer prettig is.

Als pup en jonge hond heb ik Mo het luid geven geleerd, op commando geeft Mo flink luid en daar heeft hij ook plezier in. Naast het feit dat een totverbeller bij het wild blijft heeft het op de VGP een meerwaarde van 4 punten, Mo wordt dus opgeleid als totverbeller. De eerste oefeningen gaan prima, het commando voor luid geven is uitgebreid met een stuk reehuid en Mo had snel door dat hij bij het zien van een reehuid luid moet gaan geven. Langzaam aan gaan we nu afstand creƫren tussen de voorjager en de reehuid en iedere keer als Mo de huid vind moet hij het aanblaffen.
Tijdens de VGP wordt er een zweetspoor van 400 meter gelegd, aan het einde van dit spoor bevind zich een wondbed. Vanaf dit wondbed moet de hond zelfstandig een spoor van 200 meter volgen met aan het eind een stuk hoefwild. Bij het wild aangekomen moet hij dit minimaal 10 minuten aaneengesloten aanblaffen, zonder zelf aan het wild te komen. Het totale spoor komt hiermee dus op 600 meter. Mits de hond deze oefening goed uitvoert wordt het beloond met 16 punten extra.

Geef een reactie