KNJV-A

De eerste keer voorjagen op de KNJV-A

De ervaringen van Ewart Nijburg en zijn duitse staande langhaar Morpheus vom Stockey

11 augustus van dit jaar zijn Natalie en ik getrouwd in Spanje. Om een en ander soepel te laten verlopen zijn we 4 weken van te voren naar Spanje vertrokken,
natuurlijk vergezeld van onze langhaar Mo. Ik had het voornemen om de A training daar voort te zetten, maar in de praktijk bleek dat het erg moeilijk was om aan wild te komen.
We hebben dus de gehele periode met dummy’s getraind en dat baarde me dat eigenlijk wel zorgen. Na terugkomst in Nederland nog twee trainingen en dan was het immers al zover,
1 september de jachthonden proef bij Sterkenburg/langbroek.

De trainingen gingen lekker en ook de tussentijdse onderlinge clubmatch, waar we 2e werden, gaf het gevoel klaar te zijn voor de “A”.

Zaterdag 1 september waren we vroeg vertrokken om Mo nog even uit te kunnen laten in de Soesterduinen, rond 8:15 waren we op het wedstrijdterrein.
Snel even langs de dierenarts voor de keuring en daarna de aanmelding definitief maken bij het secretariaat. We hadden wedstrijdnummer 18 en vielen in de groep 13 t/m 19.
Ons eerste onderdeel van de dag was het verloren apport uit dichte dekking.

Verloren apport te land (F)

Bij deze proef moet de hond, zonder halsband of lijn, een in dichte dekking geworpen stuk wild apporteren.
De afstand van de plaats vanwaar de hond wordt ingezet tot aan de valplaats van het wild behoort zodanig gekozen te worden dat de hond, wanneer deze in de buurt van het wild is, zijn voorjager niet ziet.

De keurmeester riep ons nummer en we liepen naar de inzetplek, daar mocht ik Mo inzetten. Het ging om een apport uit bos en de inzetplek was een bospad,
de ideale lijn van de hond liep door een stukje bramen en na het inzetten van Mo koos hij ervoor om er omheen te lopen. Hij nam snel diepte en verdween uit het zicht,
even later kwam hij terug maar zonder eend. Zonder verder wat te zeggen ging hij opnieuw de diepte in maar dan iets verder naar rechts en deze keer kwam hij keurig terug met de eend.
Nog even netjes afgeven en de eerste punten waren binnen. We kregen het cijfer 9 omdat de hond het handiger had kunnen aanpakken in plaats van eerst helemaal terug te lopen.

Apport over diep water (H)


Bij deze proef moet de hond een aan de overkant van een breed water (minimaal 10, maximaal 40 meter breed) weggeworpen stuk wild moet apporteren.
De plaats waar het wild wordt geworpen dient zodanig gekozen te worden, dat de hond vanaf de plaats waar hij uit het water komt het wild niet ziet liggen.
Bij voorkeur dient de hond in een rechte lijn naar de overkant te zwemmen.

Op afroep liepen we naar de inzetplek. De waterkant was prima en de hond kon rustig het water in lopen, na een meter of 20 zwemmen ging Mo de kant op en begon te zoeken.
Niet lang daarna had hij de eend gevonden maar hij stond even uitgebreid te kijken naar de kunststof koe en schaap die ter afleiding waren geplaatst.
Ik besloot een fluitsignaal te geven en toen kwam hij ook direct terug. De eend werd netjes afgegeven en ook deze proef was binnen. We kregen een 8 als beoordeling omdat ik de hond een extra commando had gegeven.

Markeer apport te land (G)

Bij deze proef moet de hond een voor hem zichtbaar stuk wild apporteren over een afstand van ca. 60 meter. Tijdens het werpen wordt een schot gelost.

De hond dient de valplaats van het wild te onthouden, wat moet blijken doordat de hond zonder te zoeken recht op zijn doel afgaat.

De markeerproef bij Sterkenburg staat binnen onze club bekend om de vele geulen die in het weiland zitten, dit maakt het markeren voor de hond een stuk moeilijker.
Ik liep met Mo naar de inzetplek en we begonnen aan de proef. Het schot ging uit het geweer en gelijk daarop werd de eend geworpen. De keurmeester tikte op mijn schouder als teken dat ik de hond mocht inzetten.
Ik gaf het commando “apport” en Mo ging met een enorme sprint richting valplek. Tijdens het volgen van Mo werd pas duidelijk hoe diep die geulen eigenlijk waren en Mo nam iedere geul in een keer met een grote spong.
Zonder aarzelen of zoeken kwam hij bij de eend en kwam netjes terug. Een en ander werd beoordeeld met een 10 en we hadden de “B” onderdelen succesvol afgerond.


Aangelijnd en los volgen / Uitsturen en komen op bevel (A+B)


Bij deze proef moet de hond laten zien dat hij goed aan de lijn kan lopen en dat hij ook zonder lijn netjes volgt. De proef wordt uitgezet in de vorm van een 8,
met twee bochten aan de binnenkant en twee bochten waar de hond aan de buitenkant moet volgen. Een en ander moet in een vlot tempo worden gelopen en de hond moet goed aan de voet blijven.
Het tweede onderdeel is het uitsturen van de hond waarmee getoetst word of de hond wel bij de baas weg wil,
dit gaat over het algemeen over een afstand van 30 meter waarna de hond op aangeven van de keurmeester op commando direct terug moet komen bij de baas.

Het aangelijnd en los volgen is op zich een gemakkelijk onderdeel, maar er worden door diverse keurmeesters op verschillende punten gelet wat het toch wel weer spannend maakt.
Mo loopt lekker vlot naast me en blijft niet achter, eigenlijk gaan we wel een beetje gelijk op tijdens het lopen. Ook deze keer liep Mo netjes met me mee en ook zonder lijn kleefde hij vrolijk aan mijn linker voet.
Dit onderdeel leverde een 10 op.

Het uitsturen en komen op bevel ging ook uitstekend, ik zette Mo in en stuurde hem vooruit. Na een meter of 30 moest ik Mo influiten en direct draaide hij zich om en kwam netjes voor mij zitten.
Ook dit onderdeel leverde 10 punten op.

Houden van de aangewezen plaats / Apport te land (C+D)

De hond moet zonder halsband of lijn en zonder dat enig voorwerp bij de hond is achtergelaten, de hem aangewezen plaats houden tot zijn voorjager hem weer ophaalt.
De voorjager dient 2 minuten buiten het gezichtveld van de hond te verblijven. De hond moet zonder halsband of lijn, een in overzichtelijk terrein, weggeworpen wild konijn apporteren.
De voorjager mag tijdens de uitvoering van de proef de hem aangewezen plaats niet verlaten. De hond moet het konijn binnen handbereik van de voorjager brengen.

Het houden van de aangewezen plaats leverde een 9 op omdat ik te lang bij de hond had gestaan om hem down te leggen, hier kan ik me wel wat bij voorstellen aangezien ik extra duidelijk wou zijn tegen Mo.
Het is immers de bedoeling dat de hond vlot word afgelegd en dat de baas zeker en zonder omkijken buiten het gezichtsveld van de hond verdwijnt.
Het kort apport te land leverde ook een 9 op omdat Mo tijdens het oppakken van het konijn een beetje aan het rommelen was.
Pas toen hij er ook van overtuigd was dat niet het hele konijn in zijn bek paste kwam hij netjes bij de baas.

Apport uit diep water (E)


De hond moet zonder halsband of lijn een in overzichtelijk, diep water geworpen wilde eend apporteren. De eend moet op een zodanige plaats in het water worden geworpen dat de hond, om de eend te bereiken, moet zwemmen.
De valplaats dient zodanig te worden gekozen, dat de hond, vanaf de positie bij de voorjager, de eend kan zien liggen. Tijdens het werpen van de eend wordt een schot gelost.
Werper en geweer blijven gedurende de hele proef op hun plaats staan. Het schot wordt afgegeven op het moment dat de eend op het hoogste punt is.
De keurmeester zal de voorjager de plaats aanwijzen waar vandaan hij zijn hond moet inzetten en waar naar toe de hond de eend moet brengen.
Deze plaats zal zodanig worden gekozen dat zij ongeveer 3 meter, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, uit de waterkant ligt.
De hond mag in opdracht van de keurmeester, na één seconde, nadat de eend gevallen is, worden uitgestuurd om te apporteren.

Het laatste onderdeel voor de A proeven was het Apport uit diep water. Op aangeven van de keurmeester zette ik Mo in op de eend en Mo ging vlot te water.
Na enkele seconden apporteerde hij bij de eend en bracht haar netjes bij me. Deze keer bleef Mo staan en ik gaf nog een extra commando om de hond te laten zitten.
Het extra commando koste een puntje maar ik vind het belangrijk dat de hond een proef netjes afsluit. Dus ook voor dit onderdeel hadden we een 9.

Bij elkaar 47 punten in de C en 74 punten in de B, een uitstekend resultaat en een vrijbrief om op te gaan voor de A proeven later die dag.
Onder het genot van een lekker biertje hebben we een en ander de revue laten passeren en het wachten was op het aanvangen van de dirigeerproef.

Dirigeerproef (I)

De hond moet zonder halsband of lijn, nadat hij door zijn voorjager naar de valplaats is gedirigeerd, een houtduif apporteren.
De voorjager mag de hem aangewezen plaats gedurende de gehele proef niet meer dan 5 meter verlaten. De proef moet worden uitgezet in overzichtelijk terrein.
Dat wil zeggen dat de hond, die niet aanzienlijk van de ideale route afwijkt, voor de voorjager voortdurend zichtbaar moet kunnen zijn.
Een werper dient, op een moment dat de hond dit niet kan zien, de duif te werpen op de valplaats, die zodanig dient te worden gekozen,
dat de hond niet vanaf grote afstand de duif kan zien liggen. De werper dient zich op een zodanige plaats terug te trekken,
dat zijn aanwezigheid en zijn loopspoor zo weinig mogelijk stimulerend of belemmerend op de hond werken. De valplaats dient zo natuurlijk mogelijk te worden gemarkeerd.

De hond moet via een in het terrein zo natuurlijk mogelijk gemarkeerd stoppunt naar de valplaats worden gedirigeerd.
Dit punt dient ongeveer 100 meter van de positie van de voorjager en ongeveer 50 meter van de valplaats te zijn gelegen en dient zodanig te worden gekozen,
dat een aanzienlijke richtingscorrectie nodig is om de valplaats te bereiken.
De voorjager moet zijn hond stoppen in de naaste omgeving van dit punt en moet nadat de keurmeesters hem daarvoor toestemming geven, zijn hond van daaruit naar de valplaats dirigeren.
De keurmeesters zullen deze toestemming eerst geven nadat de hond naar hun oordeel voldoende dicht bij dit punt door de voorjager is gestopt. Bij voorkeur dient de proef zodanig te worden uitgezet,
dat de wind uit een richting komt, loodrecht op die, waarin de hond moet worden uitgestuurd en zodanig dat de valplaats benedenwinds van het hierboven bedoelde punt is gelegen.

Rond kwart over twee begonnen de dirigeer proeven, in totaal gingen 23 honden op voor de A.
Al snel werd het duidelijk dat het om een moeilijke proef ging want de ene na de andere hond werd door de keurmeesters met een onvoldoende van het veld gestuurd.
Dit gebeurt zogauw twee van de drie keurmeesters een wit boekje de lucht in steken.
Een paar minuten voordat Mo en ik aan de beurt waren heb ik nog even met Mo gewandeld en vervolgens zijn we naar de inzetplek gelopen.
De keurmeesters vroegen of alles duidelijk was, ik controleerde mijn referentie punten en knikte dat alles in orde was.
Ik zette Mo +/- 25 graden links van de ideale lijn in maar al snel ging Mo door de ideale lijn heen en gaf ik hem het commando om te zitten.
Dit deed hij prompt en ik stuurde hem verder over de ideale lijn. Na een paar keer fluiten zat Mo vlak bij de zitplek, maar de keurmeesters wilden de hond nog iets meer naar rechts.
Zo gezegd zo gedaan en na een korte goedkeuring van de keurmeesters gaf ik Mo het handgebaar naar rechts, richting duif.

Ik bracht Mo achter de duif langs en gaf wederom het commando “zit”, vervolgens floot ik hem in een rechte lijn naar mij toe in de gedachten dat hij dan verwaaiing zou krijgen van de duif.
Helaas kreeg hij geen verwaaiing en ik moest hem weer naar voren dirigeren zodat hij opnieuw langs de duif kwam.
Deze keer was het raak maar zelfs toen had hij nog moeite de duif te lokaliseren. Mo heeft een uitstekende neus, dus de duif moet heel moeilijk gelegen hebben.
Waarschijnlijk in een greppeltje of zo. In ieder geval was Mo de eerste hond die de duif binnenbracht en dat onder een luid applaus van de toeschouwers.

Van de drieëntwintig honden waren er maar twee die de duif binnen hebben gebracht en Mo was daar een van.
Beide honden hebben een 6 als waardering gehad, een indicatie dat het op het nippertje was. Een moeilijke proef dus.

Apport van verre loper over water (J)

De hond moet zonder halsband of lijn een aan de overzijde van een breed diep water ver weggesleepte wilde eend apporteren. Hij dient gebruik te maken van het sleepspoor.
Het water dient tenminste 15 meter breed te zijn en zo diep dat de hond om de overkant te bereiken, moet zwemmen.
Vanaf de overkant van het water wordt een sleepspoor getrokken dat afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van het water en de geaardheid van het terrein, minimaal 150 meter en maximaal 300 meter lang is.
In het spoor moeten minimaal twee haken van ongeveer 90 graden zitten. Aan het einde van het sleepspoor wordt een wilde eend neergelegd.
De sleper en zo gewenst ook keurmeesters trekken zich op een zodanige plaats terug, dat hun aanwezigheid en hun loopspoor zo weinig mogelijk stimulerend of belemmerend op de hond werken.
De hond mag het trekken van de sleep niet zien. Bij voorkeur dient de proef zo te worden uitgezet dat de wind uit een richting komt,
variërend tussen recht van achteren en loodrecht op die, waarin de hond over het water moet worden gestuurd.

Het begin van de sleep wordt zo natuurlijk mogelijk gemarkeerd en aan de voorjager bekend gemaakt. De voorjager mag de hond naar het begin van de sleep dirigeren.
Als de hond het sleepspoor heeft aangenomen is het de voorjager verboden verder commando’s te geven.
Bij voorkeur dienen aan de overkant van het water de biotoop zodanig te zijn dat de hond die het sleepspoor heeft aangenomen snel aan het zicht van de voorjager wordt onttrokken.

Er zaten twee grote witte zwanen in het water waar Mo moest overzwemmen om de sleep aan te nemen.
Ik probeerde Mo in een schuine lijn naar de sleep te sturen maar hij had meer oog voor de zwanen.

Ik gaf het commando naar links en eenmaal op de kant nam hij de sleep vrijwel direct op en als een speer ging hij er vandoor.
Ik kon Mo in de verte nog net een haak zien slaan en toen was hij uit het zicht verdwenen. Na enkele minuten kwam hij netjes over het spoor terug met de eend in de vang.
Ook het afgeven ging prima en de keurmeester feliciteerde mij met het behalen van mijn eerste A diploma. De tweede hond was aan de beurt en ook deze bracht netjes de eend binnen.

Vlak voor de barbecue was de prijsuitreiking en de gedelegeerde van de jachthonden comissie kreeg het woord.
Aan het einde van zijn verhaal vertelde hij dat dit de eerste Nederlandse proef was die ik met Mo had gelopen en dat het reuze knap was om dan meteen een A te lopen. \
We gingen over tot de prijsuitreiking en nadat de C en de B diploma’s waren vergeven kwamen de A diploma’s.
Als 2e was geëindigd dhr. P.M. de Jong met zijn labrador retriever teef Lyckobarns Luca en als 1e ondergetekende met Morpheus vom Stockey.
Mo en ik hebben met 89 punten een dikke A gehaald en tevens de “Wisseltrofee Beste A-Hond KNJV Jachthondenproef gewest Utrecht” gekregen.
Deze mag het komende jaar ons huis versieren maar moet volgend jaar weer terug.

P.s. een kleine waarschuwing voor voorjagers met A ambitie, na het behalen van een A op Sterkenburg ga je verplicht zwemmen 😉 dus neem warme reserve kleren mee.

Waidmannsheil Ewart

Geef een reactie